Formeren in een bestuurslaag waar inhoud centraal staat
Interview met Saskia Borgers, dijkgraaf van Waterschap Limburg
Dijkgraaf Saskia Borgers brengt bestuurlijke ervaring mee uit alle lagen van de overheid: gemeente, provincie en rijk. Met die goed gevulde rugzak vervult zij sinds 2024 de rol van dijkgraaf van waterschap Limburg. Als boegbeeld van het waterschap staat ze voor de uitdaging om, ondanks de complexiteit en veelzijdigheid van de taken het Limburgse waterschap stevig op de kaart te zetten. De overstromingen in 2021 hebben een stempel gedrukt en laten blijken hoe onmisbaar een sterk waterschap blijft. Wat zijn de uitdagingen die Borgers tegenkomt in haar rol als dijkgraaf?

Een waterschap is bestuurlijk gezien anders dan andere bestuursorganen. Wat merk je hiervan?
Bij een waterschap draait het echt om de inhoud. In een gemeenteraad of in Den Haag gaat het vaker over personen of politieke context. Wij kunnen ons veel meer richten op de gevolgen van een besluit. Als een algemeen bestuurslid iets wil toevoegen of aanpassen aan een besluit, wordt dit besluit daar vaak beter van.
Debatteren daarentegen vinden we vaak lastiger, juist omdat het bestuur minder politiek is. We zoeken elkaar aan de voorkant minder op dan in de Haagse of lokale politiek. Als voorzitter probeer ik te stimuleren dat die voorbereiding wél gebeurt. In het presidium praten we daarover. Dan komen leden met vragen als: ‘Hoe kan ik hier beter op acteren?’
Doordat het waterschap minder politiek is, is er meer ruimte om na te denken over vervolgstappen en om anderen om advies te vragen. Een waterschap kan veel beter kijken: waar stap ik in, en wat kan ik nog doen? Er wordt goed naar elkaar geluisterd, en daardoor ontbreekt soms wat scherpte. Ik probeer duidelijk te maken dat je vooraf goed moet nadenken als je een doel wilt bereiken en dat je dan soms gewoon eerder even koffie met elkaar moet drinken.
Hoe is het contact met de inwoners van een waterschap?
We hebben dagelijks contact met onze inwoners. Waterschappen zijn eigenlijk uitvoeringsorganisaties, een ‘functionele overheid’. We staan buiten, met de laarzen aan. Er heerst een ‘doenerige’ cultuur. Als ik er de tijd voor heb, trek ik ook graag mijn laarzen aan en ga ik mee. Hierdoor kun je je een goed beeld vormen van ‘waar hebben we het nu eigenlijk over?’. Het ‘doenerige’, buiten maakt dat inwoners direct zien wat wij doen, daar word ik gelukkig van.
Een waterschap kan als erg ingewikkeld worden ervaren. Denk je dat deze technische en complexe aard van het waterschap kiezers afschrikt?
Inwoners begrijpen niet altijd waar een waterschap precies over gaat. Dan vraag ik: ‘Hoe vaak denkt u dat u te maken heeft met een waterschap?’ Meestal zeggen ze: ‘Niet zo vaak.’ En dan antwoord ik: ‘Nou, gemiddeld in ieder geval zeker acht keer per dag, als u naar de wc gaat’.
Wij merken dat inwoners van Limburg nog steeds geëmotioneerd zijn over de gebeurtenissen in 2021. Het heeft hen, en ook onze medewerkers die toen actief waren, getekend. Sindsdien weten mensen ons wel beter te vinden, en snappen ze beter onze rol en taak. Wij doen er ook alles aan om ons meer te positioneren als ‘waterpartner’. Daarmee zeggen we: ‘we doen het samen’. We geven niet voor niets aan dat de veiligheid hier hoger moet zijn dan elders. We zijn zichtbaar, aanspreekbaar, en zoals eerder al benoemd: doenerig.
Bovendien heffen we onze eigen belastingen. Dat maakt dat je voor waterschappen moet – of mag – stemmen en als algemeen bestuur kun je vervolgens echt een eigen beweging maken. Je bepaalt als bestuur één op één waar het geld naar toe gaat en hoeveel geld je moet heffen. Dat is ontzettend uniek. En als mensen dat beseffen, wordt een waterschap steeds leuker.
Hoe kijk je naar het formatieproces, hoe bereid je je hierop voor?
Faciliteren waar nodig, aandacht waar gevraagd en adviserend als het kan en mag. Ik stel mij bescheiden op, in dit soort processen heb ik een formele rol. In de bescheidenheid kun je bijdragen waar nodig. Ik kijk dus wat het beste uitkomt. Als mij na de verkiezingen wordt gevraagd een rol in het formatieproces te vervullen, ben ik daartoe bereid. Nu zit ik vooral in het voortraject. Mijn rol is om als boegbeeld het waterschap onder de aandacht te brengen, wat al lastig genoeg is door de complexiteit en onbekendheid. Ik vind dat de waterschapspartijen zichzelf moeten profileren. Daarin ondersteun en faciliteer ik.
Ieder zo zijn rol, in deze rol denk ik handjes op de rug en wachten. Als iemand zegt ‘ik heb je nodig, denk eens mee’, dan is dat het moment om in te stappen.
Met welke portefeuilles houd jij je met name mee bezig?
Ik ga onder meer over de portefeuille verstedelijking. Daarbij draait het om de ruimtelijke ordening in relatie tot onze waterschapstaken. De essentie is bij ruimtelijke inrichting waterbelangen een echte afweging vragen; water weegt net zo zwaar mee als bijvoorbeeld wonen. Zeker sinds 2021 is dat een belangrijk aandachtspunt.
Daarnaast ben ik verantwoordelijk voor veiligheid, toezicht, handhaving en communicatie. Het onderhouden van het netwerk met de internationale buren en met de andere overheden in onze eigen provincie is erg belangrijk. Ik ben daarom regelmatig aanwezig bij bijeenkomsten van burgemeesters en veiligheidsregio’s. Rustig is het niet, maar dat hoort bij de keuze voor Limburg.