Thema: Fitte griffie

Raadsconsultatie

In de wet is veelal geregeld welke taken collegebevoegdheid zijn en welke besluiten moeten worden genomen door de raad. Het college houdt zich hierbij bezig met de uitvoering van beleid en de raad met kaderstelling en controle op het college. Toch bestaat in de praktijk niet een dergelijke strikte scheiding: het college biedt raadsvoorstellen aan waarmee het een voorzet doet voor besluitvorming in de raad. Andersom vindt over collegebevoegdheden vaak consultatie van de raad plaats.

Raadsconsultatie komt regelmatig voor, maar heeft in veel gemeenten geen duidelijke plaats in het vergadermodel van de raad. Dit model is doorgaans gericht op besluitvorming, waarbij informerende en oordeelsvormende fasen zijn ingebouwd zodat de raad tot een zorgvuldig besluit kan komen. Na consultatie volgt echter geen raadsbesluit. Consultatie kan voor de raad niettemin een goede manier zijn om erop toe te zien dat de door hem gestelde kaders goed worden toegepast.

Aan een vruchtbare consultatie zijn wel een paar voorwaarden verbonden, die bewaakt moeten worden door de griffie. Zo is het belangrijk dat consultatie in een vroeg stadium van de planvorming plaatsvindt, zodat nog ruimte bestaat om opmerkingen vanuit de raad te verwerken in een nieuw plan. Een goed voorbeeld zijn de prestatieafspraken die het college ieder jaar maakt met woningcorporaties en huurdersraden. Deze afspraken gaan onder meer over de bijdrage van de woningcorporaties aan de betaalbaarheid, leefbaarheid en kwaliteit van de sociale woonvoorraad van de gemeente. Wanneer het college al met de betrokken partijen aan tafel heeft gezeten, is er nog maar weinig ruimte voor de raad om aanwijzingen te geven. Dit is daarom geen geschikt moment voor consultatie. Een beter moment is de periode voorafgaand aan de onderhandelingen: het college kan de raad dan consulteren over zijn inzet voor de afspraken.

Een tweede voorwaarde is een concrete beschrijving vanuit het college van de ruimte voor de raad om aanwijzingen te geven. Op welke aspecten van de planvorming staat het college open voor aanwijzingen van de raad? Waarover kunnen raadsleden zich uitspreken? Dit zijn vragen die de griffie moet stellen aan de initiatiefnemers van de consultatie. Ook moet de beschrijving die hieruit volgt tijdig gedeeld worden met de raad, zodat raadsleden weten op welke vlakken zij zich moeten voorbereiden.

Een derde voorwaarde is een voorstel van het college met zijn overwegingen. Er moet een stuk voorliggen waarover raadsleden een standpunt of mening kunnen innemen. Dit betekent bij bijvoorbeeld de prestatieafspraken dat het college een inzet voor de afspraken formuleert op basis van de door de raad vastgestelde Woonvisie. Vervolgens vraagt het bij consultatie aan de raad of de inzet inderdaad past bij de gestelde kaders van de raad.

Ten slotte is het belangrijk om bij een consulterende bijeenkomst een moment in te bouwen waarop de portefeuillehouder benoemt welke aanwijzingen van de raad hij meeneemt en hoe hij van plan is dit te doen. Door deze terugkoppeling is nog tijdens de consultatie duidelijk welk nut de bijeenkomst heeft gehad en kunnen de raadsleden erop toezien dat hun aanwijzingen niet verdwijnen in een verslag maar daadwerkelijk worden meegenomen in de verdere uitvoering.

Bovenstaande voorwaarden zijn essentieel voor een vruchtbare consultatie. Het is aan de griffie om te bewaken dat agendaverzoeken voor consultatie aan deze voorwaarden voldoen, of om een negatief advies tot agendering af te geven als dit niet zo is. De tijd van de raad is immers kostbaar en de moeite waard om beschermd te worden.

Volgend artikel: Dienstbaarheid Of lees meer over Fitte griffie artikelen of het thema