Democratie
maak je.

Experts in decentraal bestuur

Thema: De allerbeste bestuurders

Ode aan het lekenbestuur!

De raadsleden willen onder meer extra scholing en ondersteuning voor hun werk. Een goed plan, vindt Geert van Soest, griffier van de Venlose gemeenteraad. ‘Je kunt moeilijk van onderwijzers, huisvrouwen en buschauffeurs verwachten dat ze geschoold zijn voor hoger management. Het gaat hier om 450 miljoen euro.'

1Limburg - Twijfels over niveau gemeenteraad: 'Niet iedereen geschikt'

Bovenstaande quote is exemplarisch voor het debat over de kwaliteit van gemeenteraadsleden. Er spreekt een groot dedain uit richting het lekenbestuur en heeft als oplossing verdere professionalisering. Dat is een misvatting. Het lekenbestuur zou veel hoger aangeslagen moeten worden. Daarom, een ode aan het lekenbestuur!

Democratie = het volk regeert

De oorsprong van ons democratisch denken ligt in het klassieke Griekenland. Democratie is dan ook een samentrekking van de Griekse woorden dèmos (volk) en kratein (heersen); ofwel het volk regeert. Het is echter al lang niet meer de tijd van de Atheense democratie. We verzamelen ons niet meer op een plein om vervolgens op een scherf te schrijven of we al dan niet oorlog gaan voeren met Sparta. Tegenwoordig gaat het over beheersing van de jeugdzorg, solvabiliteit van de gemeentefinanciën en talloze andere complexe zaken. Toch staat de kern van het denken overeind. Het is het volk dat bepaalt welke richting we uitgaan als maatschappij. In dat kader is het absurd om de redenering te hanteren dat het hoogste orgaan meer moet professionaliseren omdat ‘onderwijzers, huisvrouwen en buschauffeurs’ niet mee kunnen komen. Want, als het volk niet mee kan komen met het hoogste publieke orgaan, hoe kan het dan überhaupt regeren?

Taal maakt de man

In het essay ‘Gemeenteraad positioneren’ van Schulz, Frissen en Schram (2018) wordt uitgebreid ingegaan op de invloed van taal. Daarin wordt lekenbestuur afgezet tegenover professionalisering. Voelt u het al? Als je kunt kiezen tussen het zijn van een leek of het zijn van een professional, dan is de keuze snel gemaakt. Het gaat zelfs nog verder, zo betogen Schulz, Frissen en Schram (p.7, 2018): ‘Als we dus spreken over de gemeenteraad als ‘lekenbestuur’ en we zien dat lekenkarakter als zwakte, dan roept dit vanzelf het handelingsrepertoire op van professionaliseren, van ‘opleiden en ondersteunen’.' Een redenering die exact de verkeerde kant opgaat. Waarom moet het lekenbestuur zich aanpassen aan de professionele wereld van de beleidsambtenaren? Als de onderwijzer, huisvrouw en buschauffeur het beleid niet begrijpen, doen zij dan iets verkeerd? Of is het beleid verkeerd geschreven omdat de leek het niet begrijpt? Het is immers de leek die, ten principale, bepaalt welke kant onze maatschappij opgaat, niet de professional. Door het lekenbestuur te framen als een negatief iets dat ‘geprofessionaliseerd’ moet worden, ontken je de rol van de leek in ons democratisch bestel. Terwijl dat, nog altijd, de kern is van het democratisch denken. Iedereen moet immers mee kunnen besturen.

Tweedeling in de maatschappij

Uit het advies van de raad voor het openbaar bestuur (ROB) ontstaat het beeld dat het raadslidmaatschap een privilege dreigt te worden voor hoogopgeleide bemiddelde mensen. Als oorzaken wijst de ROB naar; de tijdsbesteding voor het raadswerk, die is te hoog; de vergoeding voor het raadswerk, die is te laag; en de complexiteit van het werk, die sinds de decentralisaties van het sociaal domein is toegenomen. Is dat erg? Is het juist niet heel goed dat de hoogopgeleiden ons besturen? Ja, dat is erg! Al was het maar omdat het de al aanwezige tweedeling in de maatschappij versterkt. Bovens en Willie (2010) noemen dit de nieuwe verzuiling van Nederland en illustreren dat zelf als volgt:

Zeg ons wat uw hoogste diploma is en wij zeggen u wie u bent. Hebt u een academische bul, dan heten uw kinderen Floris of Fleur, u kijkt naar de publieke omroep, u leest één van de voormalige pcm-bladen en misschien ook nog de Elsevier of Vrij Nederland. U stemt GroenLinks, D66, PvdA of VVD. Uw kinderen zitten op een lagere school met een bijzondere signatuur en gaan, als het even kan, door naar een categoriaal gymnasium of een lyceum. Fleur zit op hockey en Floris mag voetballen, maar dan wel bij HVV of AFC. Als ze schaatsen, hebben ze noren. In de zomer gaat u kamperen in Frankrijk of naar een appartement in Toscane.

Hebt u een lbo- of een mbo-diploma, dan heten uw kinderen Kevin of Kimberly, u kijkt naar SBS6 of RTL, u leest een lokale krant (als u nog een krant leest) en misschien de Panorama of de Story in de leesmap. U stemt SP, PVV of u blijft thuis. Uw kinderen zitten op een buurtschool en gaan daarna door naar een van de grote vmbo-scholen. Kevin voetbalt en Kimberly ook, of ze gaat naar handbal. Als ze schaatsen, rijden ze op hockey- en kunstschaatsen. In de zomer gaat u naar de stacaravan of met de charter naar Spanje of Turkije.

In de afgelopen decennia zijn hoger en lager opgeleiden, de ouders van Floris en Fleur en die van Kevin en Kimberly, steeds meer in gescheiden werelden gaan leven. Tijdens de verzuiling trof men elkaar nog in de kerk, op de school van de kinderen, langs de lijn, in het verenigingsleven, of als dienstplichtige in het leger. Tegenwoordig komen hoger en lager opgeleiden elkaar nauwelijks meer tegen.

Mark Bovens en Anchrit Wille - De tweedeling tussen hoger en lager opgeleiden (2010)

Het bovenstaande is natuurlijk een stereotypering maar wel eentje die steeds meer werkelijkheid is. Zo valt ook te lezen uit de cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Naast dat de hoger en lager opgeleiden elkaar niet meer tegenkomen in hun leefwereld, wijkt hun politieke interesse ook enorm af. Hetgeen natuurlijk effect heeft op de organisatiegraad en de taal die wordt gesproken.

Artikel - Ode lekenbestuur
Artikel - Ode lekenbestuur

Zo’n maatschappelijke tweedeling is natuurlijk de bijl aan de wortel van de democratie. Dan is het niet meer het volk dat regeert, maar een hoog opgeleide elite. Als dan ook nog het idee van lekenbestuur onder druk staat, is de weg naar de politiek voor laagopgeleiden helemaal vol kuilen en gaten. Alleen al om die tweedeling tegen te gaan is een herwaardering van het lekenbestuur noodzakelijk!

Conclusie

Al met al is het in het belang van ons democratisch stelsel om het lekenbestuur te eren. Alleen zo voorkom je een tweedeling en uitsluiting van een grote groep mensen. Is het makkelijker om in een technocratisch verhaal te blijven en over punten en komma’s te debatteren? Voor bestuurders, zeker. Maakt dat de besluitvorming democratischer? Zeker niet.

Dan wil ik graag nog afsluiting met een anekdotisch bewijsstuk. In mijn rol op verschillende griffies is mij wel opgevallen dat de beste raadsleden vaak niet de raadsleden zijn die in buurtgemeentes beleidsambtenaar zijn en/of de raadsleden die zich verdiepen in elke punt en komma van een beleidsstuk. De beste raadsleden zijn vaak de raadsleden die met simpel boerenverstand de dilemma’s van een bepaald beleidsstuk blootleggen en vertalen naar de leefwereld van de burger. Dat gaat niet altijd even sjiek of met sierlijke bewoording maar dát is wel het hart van het democratisch proces, die belangenafweging. Laten we daar een ode aan brengen!

Volgend artikel: Sterk, weerbaar en veerkrachtig bestuur Of lees meer over De allerbeste bestuurders artikelen of het thema