Democratie
maak je.

Experts in decentraal bestuur

Thema: Heldere verantwoording

Het lerend vermogen van de raad

De rekenkamer is een belangrijk instrument voor de gemeenteraad, bedoeld om hem te ondersteunen in zijn kaderstellende en controlerende rol. Vaak resulteert rekenkameronderzoek in een opdracht aan het college om iets te verbeteren; informatievoorziening aan de raad, het communicatieproces in een ketensamenwerking, het genereren van relevante sturingsinformatie. Allemaal gericht op een meer efficiënte en effectieve manier van werken én op het faciliteren van de raad om zijn rol te kunnen vervullen.

 

Maar soms richt de rekenkamer zich direct tot de raad. In de meeste rekenkamerrapporten worden ook aanbevelingen gedaan die geadresseerd zijn aan de raad en die handelen door de raad vragen. Dit zijn vaak aanbevelingen die als een rode draad in meerdere rapporten terugkeren. Zoals: specificeer je informatiebehoefte aan het college, zorg dat je aan de voorkant van het proces een rol pakt, voer het politieke debat op hoofdlijnen met elkaar en verzand niet in technische details.

Tussen wal en schip

Aanbevelingen van de rekenkamer belanden meestal in een raadsbesluit en worden – ongeacht de adressering – een opdracht aan het college. Gek eigenlijk, want het college kan geen invulling geven daar waar handelen door de raad wordt gevraagd. De aanbevelingen aan de raad vallen daarom vaak tussen wal en schip. In de gemeenten Culemborg en Buren bijvoorbeeld. In een zogenaamd doorwerkingsonderzoek zagen we daar dat raden en griffies geen proces hadden om ervoor te zorgen dat de aanbevelingen werden opgepakt en uitgevoerd. Terwijl de colleges wel een proces hebben dat de uitvoering van de aanbevelingen belegt en monitort en er vervolgens verantwoording over plaatsvindt. Daarnaast bleek een deel van de aanbevelingen aan de raden niet zomaar te realiseren. Aanbevelingen over rolneming, zoals in het samenspel met het college of het stellen van duidelijke, realistische kaders. Deze opgaven vragen een hele ontwikkeling en leerproces.

Een betere wereld begint bij jezelf

Ondanks de verklaringen kunnen we toch wel vaststellen dat het zonde is wanneer de lessen voor de raad verloren gaan. Het instrument rekenkamer is immers van de raad en veronderstelt mag worden dat het een bijdrage levert aan het lerend vermogen van de raad. Er is een aantal pragmatische oplossingen te bedenken, dat in ieder geval het proces op orde brengt. Zo kan de raad in het dictum van een besluit ook zichzelf adresseren of er kan een apart raadsbesluit worden genomen over de aanbevelingen voor de raad. De beslispunten kunnen op de lange termijnagenda worden geplaatst, iets wat nu lang niet altijd gebeurt. Ook is het belangrijk om verantwoordelijken aan te wijzen die aan de slag gaan; de griffie of een delegatie uit de raad bijvoorbeeld. Wanneer de raad moeite lijkt te hebben met kaderstelling of rolneming, kan hij een werkgroep oprichten om structurele verbeteringen te bewerkstelligen. Of gewoon eerst eens in gesprek met de rekenkamer: wat ziet zij nou in al die onderzoeken, welke verklaringen zijn er en welke verbetering is precies nodig?

Er is de afgelopen jaren veel gezegd over de kwaliteit en het effect van rekenkameronderzoek. De nieuwe wetgeving richt zich met name op rekenkamers zelf, dat blijkt alleen al uit de titel: ‘Versterking decentrale rekenkamers’. Maar de raad heeft ook een rol in de effectiviteit van het rekenkameronderzoek. De rekenkamer tekent de lessen op, het initiatief om te verbeteren ligt bij de raad zelf.

 

Volgend artikel: Wat bepaalt de impact van een rekenkamer? Of lees meer over Heldere verantwoording artikelen of het thema