Democratie
maak je.

Experts in decentraal bestuur

Thema: Organisatie voor inwoners

De inwoner, de raad en het college: nieuwe vormen van samenwerking

In deze tijden van de kennissamenleving en het internet zijn burgers razendsnel geïnformeerd over uiteenlopende thema’s en organiseren zij zich sneller dan ooit tevoren. Tegelijkertijd hebben overheden te maken gehad met de opgave van bezuinigingen en de nood tot het herbezinnen op de eigen taken. Dit betekent dat de relatie tussen de overheid en de burger verandert en dat er nieuwe vormen van samenwerking (moeten) ontstaan. Overheden worstelen met deze opgave en zijn hard op zoek naar goede manieren om deze hernieuwde participatie vorm te geven. Want; wat is participatie nou precies? En, wanneer en hoe zet je dit nou verstandig in? In dit artikel een korte introductie in de wondere wereld van de burgerparticipatie.

Participatie: wat is het?

Allereerst is het belangrijk de twee hoofdvormen van participatie van elkaar te onderscheiden. Zo is er naast burgerparticipatie, een manier van beleidsvoering waarbij burgers, individueel of georganiseerd, direct of indirect, de kans krijgen om invloed uit te oefenen op de ontwikkeling, uitvoering en/of evaluatie van beleid, ook overheidsparticipatie. Bij overheidsparticipatie ligt het startpunt van samenwerking bij de burger en is het juist de overheid die participeert in het plan. De burger is in dit geval de initiatiefnemer, de overheid is hier enkel de facilitator. Het bewust inzetten van een participatietraject door een overheid valt dan ook onder de categorie burgerparticipatie en niet zozeer onder overheidsparticipatie.

Wanneer participeren?

Het initiëren van een verregaande samenwerking tussen burger en overheid is echter niet in alle gevallen gunstig. (Burger)participatie is geen zaak van ‘baat-het-niet-dan-schaadt-het-niet’. Als participatietrajecten niet juist worden ingezet of slecht worden uitgevoerd, kan het contraproductief uitpakken. Burgers kunnen dan gefrustreerd raken omdat ze weinig terugzien van hun inbreng of ze worden participatiemoe wanneer ze te regelmatig worden opgeroepen.

Volgens ProDemos, Huis voor democratie en rechtsstaat, leent een onderwerp zich voor een participatietraject als het voldoet aan ten minste de volgende criteria (Afwegingskader burgerparticipatie, ProDemos):

Hoe participeren?

Wanneer aan alle bovenstaande voorwaarden is voldaan, en het onderwerp dus geschikt bevonden is voor een participatietraject, moet de juiste participatiemethode worden vastgesteld. De hoeveelheden participatiemethoden zijn bijna eindeloos en een juiste keuze maken kan dan ook een uitdaging zijn.

Artikel - participatievormen
Artikel - participatievormen

Een leidraad hierin kan zijn om duidelijk te benoemen wat de gewenste mate van invloed van de burger op het onderwerp is (raadplegen, adviseren, coproduceren of meebeslissen), wat de gewenste beleidsfase waarin de participatie plaatsvindt is (agendavorming, beleidsvorming, besluitvorming, uitvoering of evaluatie) en wat het doel van de participatie op het onderwerp is (draagvlak van het beleid vergroten, kwaliteit van het beleid vergroten, zelfwerkzaamheid van inwoners vergroten, sociale cohesie versterken of ideeën en/of informatie genereren).

Leent het onderwerp zich bijvoorbeeld voor een coproducerende invloed van de inwoners in de beleidsvormende fase van beleid met het doel om de zelfwerkzaamheid van beleid te vergroten, dan is het inzetten van ‘wijkcheques’ bijvoorbeeld een passende participatiemethode. In dit traject stelt de gemeente een budget beschikbaar voor een specifieke wijk, en legt het beheer van het budget in handen van een groepje wijkbewoners. Dit groepje beoordeelt ideeën en plannen voor in de wijk die andere bewoners indienen. Alle goedgekeurde voorstellen ontvangen de wijkcheque om de uitvoering te bekostigen. De realisatie ligt verder voornamelijk in handen van de bewoners, eventueel met ondersteuning van de gemeente.

Een ander voorbeeld is een onderwerp dat zich leent voor een adviserende invloed van burgers in de evaluerende beleidsfase, met als doel ideeën te genereren. In zo’n geval is bijvoorbeeld de ‘schouw’ een geschikte methode. Tijdens een schouw gaan medewerkers van een gemeente samen met bewoners van een bepaalde wijk langs een aantal specifieke plaatsen in deze wijk. Bewoners krijgen dan de kans om ter plaatse aan de gemeente te laten zien welke problemen zij ondervinden en welke oplossingsrichtingen zij voorstellen.

Relatie raad & college: wie doet wat?

Welke participatiemethode uiteindelijk ook het best past, in alle gevallen zijn, naast burgers, alle facetten van een overheidsorganisatie betrokken. Duidelijke rolafspraken tussen college, raad en het ambtelijk apparaat zijn dan ook van belang.

Uit de Monitor Burgerparticipatie (2018) blijkt dat, in de meeste gevallen, de raad het college opdracht geeft een specifiek burgerparticipatietraject te organiseren; in 57,4% van de bevraagde gemeenten stelt de raad de kaders voor input en de uitkomsten en laat het aan het college om het proces te organiseren en uit te voeren. Het college realiseert de betrokkenheid van de burgers (70,4%) en informeert de raad vervolgens over de gang van zaken van het participatieproces (77,8%). De raad controleert achteraf het proces op de gestelde kwaliteitscriteria en op de bereikte resultaten (44,4%). Deze werkwijze sluit aan bij de kaderstellende en controlerende taken van de raad.

Nota burgerparticipatie

Wat een gemeente onder participatie verstaat, wanneer en hoe zij deze inzet en welke partij welke rollen invult, wordt in 53,9% van de gemeenten vastgelegd in een nota burgerparticipatie (Monitor Burgerparticipatie, 2018). Zo’n formeel document waarin de uitgangspunten en spelregels voor de inzet van burgerparticipatie worden vastgesteld, is een belangrijke maatstaf om de kwaliteit van burgerparticipatie te meten. Het geeft duidelijkheid over de ambitie en de visie van de gemeente wat betreft burgerparticipatie en schept voor alle betrokken partijen helderheid over hun rol in het proces.

Sleutel tot succes: leren van het verleden en van elkaar

Alhoewel een nota burgerparticipatie mooie handvatten biedt voor een goed participatietraject, is het succes van burgerparticipatie echter afhankelijk van veel meer factoren, waaronder actieve en zichtbare raadsleden, transparantie en duidelijkheid over het gewicht van de uitkomsten in de beleidsvorming, en een open en geïnteresseerde houding van alle betrokken partijen. Zorg daarbij dat je een afgerond participatietraject altijd evalueert en daarbij alle groepen deelnemers bevraagt over hun ervaringen. Van de uitkomsten van de evaluatie kunnen we dan weer leren om burgerparticipatie nog efficiënter in te zetten in alle gemeentes in ons land om zo de (vernieuwde) relatie tussen burger en overheid nog beter vorm te kunnen geven.

Volgend artikel: Raadsleden gezocht (v)! Of lees meer over Organisatie voor inwoners artikelen of het thema