Rekenkamer- en raadsleden zijn tevreden over het lokale rekenkamerwerk. Raadsleden geven een gemiddeld rapportcijfer van een zeven aan hun ‘eigen rekenkamer’. Ten opzichte van 2011 blijkt dat er noch in de waardering, noch in de focus en de organisatie van het lokale rekenkamerwerk grote verschuivingen te zien zijn. Wel constateren de rekenkamer- en raadsleden dat ontwikkelingen die momenteel op gemeenten afkomen, zoals de decentralisaties en bezuinigingen, hun weerslag zullen hebben op het rekenkamerwerk. Is een zeven dan voldoende om deze ontwikkelingen het hoofd te bieden? De RekenkamerMonitor 2012 die Necker van Naem heeft uitgevoerd toont ons inzien dat rekenkamers in ieder geval niet in de slaapstand mogen komen.
Hoewel de algemene waardering voor het lokale rekenkamerwerk constant blijft over de afgelopen drie jaar, is dat geen reden om achterover te gaan zitten. Desgevraagd geeft een kwart van de raadsleden aan de rekenkamer af te schaffen als de wettelijke verplichting vervalt. Uit een onderzoek van de Nederlandse Vereniging voor Rekenkamers en Rekenkamercommissies (NVRR) blijkt ook dat 8,5% van alle lokale rekenkamers in Nederland inactief is. Weliswaar in beide gevallen een minderheid, maar niet te onderschatten gezien de veranderlijke context waarin rekenkamers hun werk moeten verrichten.
De vraag op welke wijze rekenkamers hun overtuigingskracht in de toekomst kunnen behouden, wordt - gegeven die ontwikkelingen - actueler. Oftewel: vragen de veranderende tijden ook om een ander soort rekenkamer(onderzoek)? Om het rendement van de rekenkamer verder te verhogen, nu én in de toekomst, zijn ons inziens veranderingen nodig. Daarvoor zijn allerlei manieren denkbaar die uiteenlopen qua impact (van beperkte aanpassing tot radicale verandering; van vervolmaking van de huidige manier van werken tot vergaande innovatie). Ten eerste zijn er initiatieven in de relatie tussen rekenkamer en raad, onder andere om meer inzicht te krijgen in de bestuurlijke thema’s en dynamiek. Voorbeelden uit de praktijk zijn het bijwonen van raadsvergaderingen en de nieuwjaarsborrel, maar ook door bestuursleden op Twitter te volgen en gesprekken te voeren met het MT. Ten tweede zijn er initiatieven rond de onderzoeksmethodiek, onder andere om sneller in te kunnen spelen op actuele vragen van de raad. Voorbeelden uit de praktijk zijn het afstappen van normenkaders en het opnemen van perceptie en reflectie. Ten derde zijn er initiatieven voor het optimaal overbrengen van een (bestuurlijke) boodschap, in plaats van een grondige analyse. Voorbeelden uit de praktijk zijn korte rekenkamerbrieven, ‘stand van zaken’-onderzoek en feitenreconstructies.
Rekenkamers zullen zichzelf wat ons betreft periodiek aan heroverweging moeten onderwerpen om van blijvende meerwaarde te zijn. Onze opvatting is dat er legio manieren zijn om het rendement van rekenkamers te verhogen. Cruciaal voor succes is dat een rekenkamer kiest voor acties die passen bij de lokale context én dat zij de gemeenteraad blijft vertellen wat de rekenkamer precies doet en waarom zij dat doet.
De RekenkamerMonitor toetst sinds 2004 jaarlijks de stand van zaken en ontwikkelingen in rekenkamerland onder rekenkamer- en raadsleden.
De volledige monitor leest u hieronder en kunt u hier in PDF downloaden. Voor vragen kunt u contact opnemen met Eline van Kessel: Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien. of 06 – 196 774 52.