Kaderstellen
Het begrip kaderstellen wordt door velen vaak gebruikt, maar zelden is duidelijk wat men daarmee precies bedoelt. Veel raadsleden vragen zich daarnaast af of ze hun kaderstellende rol voldoende (kunnen) vervullen. Voor een aantal onderzoeken naar het sturend vermogen van diverse raden, operationaliseerde Necker van Naem dit begrip.
5 gemeenten
Het onderzoek is uitgevoerd in de gemeenten Capelle a/d IJssel, Pijnacker-Nootdorp, Purmerend, Sliedrecht en Vlissingen. Vanuit verschillende achtergronden besloten de rekenkamers van elk van deze gemeenten in beeld te brengen wat er in de praktijk terecht komt van de besluiten die de gemeenteraad neemt. Voert het college raadsbesluiten daadwerkelijk en conform de intentie van de raad uit? Of functioneert de raad in feite als ja-knikker voor de voorstellen van college en organisatie?
Aanpak
In elk van de onderzoeken is in de eerste plaats de planning-en-controlcyclus geanalyseerd. Deze biedt de raad immers de mogelijkheid om haar eigen sturingsmomenten te bepalen. Aanvullend is in twee concrete casussen (waaraan een raadsuitspraak ten grondslag lag) onderzocht hoe deze door college en organisatie is vertaald in beleid en uitvoering. Daarbij is zowel vastgesteld of het raadsbesluit beleidsmatig is verankerd (bijvoorbeeld in beleidsnota's) als of het besluit feitelijk is uitgevoerd.
Resultaat
De onderzoeken tonen aan dat het sturend vermogen van de raad in veel gevallen beperkt is. De belangrijkste oorzaak daarvan is, dat het de raad in veel gevallen ontbreekt aan het hebben en bewaken van een eigen agenda. Ook de kwaliteit van de informatievoorziening door het college bemoeilijkte de sturing door de raad. Ten slotte is voor een aantal raden vastgesteld dat de actieve kennis en het gebruik van de diverse kaderstellende instrumenten beperkt is.
Kaderstellen op 1001 manieren
Naar aanleiding van deze onderzoeken schreven Gert-Jan Broer en Carlo van Dijk de notitie 'Kaderstellen op 1001 manieren'.
